Architect
Maurits Plate verbouwde in 1913 in opdracht van Jacob Sterken een
vervallen langhuisboerderij. Deze boerderij werd met eenderde
ingekort en opnieuw ingedeeld. De stadse trapgevel uit 1655 bleef
bewaard.
Het pand kreeg de naam 't Sterkenhuis. Reeds 10 jaar eerder was door
de Vrouwe van Bergen, Mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter in het nieuwe
raadhuis een oudheidskamer ingericht. In 1915 werd op haar
nadrukkelijke wens deze collectie overgebracht naar 't Sterkenhuis,
waar deze verder werd uitgebreid. Zo ontstond het opmerkelijke
museum op het Noord-Hollandse platteland dat Het Sterkenhuis tot de
dag van vandaag is gebleven. De houten, fraai gedecoreerde kaaspers
in de voorkamer en delen van de bedstee in de middenkamer zijn enige
objecten die in deze "schatkamer"van Bergen herinneren aan
het
oorspronkelijke boerenleven in de 18e en 19e eeuw. Mevrouw Van Reenen was de drijvende kracht bij de uitbouw van het kleine museum,
of in haar eigen woorden:
"Als
vanzelf rijst de wensch, het vluchtende verleden even te doen
spreken ter verklaring van het heden en ter verwelkoming van de
toekomst"